17/11/2016

The White House Gallery presenteert de eerste solo-tentoonstelling van Hadassah Emmerich in België

De kunstenares (Heerlen, 1974) studeerde aan de Academie Beeldende Kunsten Maastricht, HISK Antwerpen en behaalde een Master in Fine Art aan het Goldsmiths College, Londen. Ze nam deel aan kunstenaars residencies zoals het Künstlerhaus Bethanien Berlijn en het Instituto Buena Bista, Curaçao.

Hadassah Emmerich woont en werkt sinds twee jaar in Brussel.

Haar werk was o.a. te zien in: Gem, Den Haag; Bonnefantenmuseum, Maastricht; Van Abbemuseum, Eindhoven; Kunstmuseum Ravensburg; Arp Museum Rolandseck, MOCA North Miami; MUSAC, Léon; Stedelijk Museum Schiedam en Galeria Kordegarda Warschau.

 

 

 

Heen en weer


With love from Batik Babe, Casino exotique, Be(co)ming Dutch...

Tussen 2005 en 2009 evoceerden de titels van Hadassah Emmerichs tentoonstellingen thema’s zoals identiteit, postkoloniale kunst, gender en exotisme. De werken exploreerden deze onderwerpen op een speelse zowel als een kritische manier, aan de hand van clichématige oriëntalistische figuren, felle kleuren, ornamentele vormen en grootschalige installaties.
Tegelijkertijd nam Emmerich technieken en kunsthistorische referenties onder de loep die aansloten bij haar persoonlijke interesses en innerlijke drijfveren.

Tijdens haar expo “Salon” in Warsaw (2008) speelde ze in op Theo Van Doesburgs Mouvement héroïque (1916) door een replica ervan op de muur van de tentoonstellingsruimte te schilderen.
Tussen dit laatste werk en haar huidige tentoonstelling Contre-Jour had er een grote kentering plaats: van figuratief exotisme ontplooide haar werk zich tot kubistische, abstract aandoende composities waarin vrijheid en sensualiteit even prominent aanwezig zijn als gecontroleerde structuur.


Emmerich werkt fasegewijs op basis van planmatige processen die, zoals ze zelf toelicht, voortvloeien uit een nood aan “zelfbehoud”. Het lijkt inderdaad of het door haar gekozen drukproces, waarbij ze gebruikmaakt van precollages en sjablonen, een scherm optrekt tussen kunstenares en canvas. De onstuimige fysieke betrokkenheid en de energie waarmee ze zich vroeger wierp op grootschalige muurschilderingen, worden nu gekanaliseerd in een uiterst doordacht proces. Eerst stelt ze op de computer een fotomontage samen, aan de hand van referenties uit haar eigen werk, uit boeken, uit het oeuvre van referentiekunstenaars al dan niet hedendaags (onder wie Fernand Léger, Evelyn Axell, Kerry James Marshall).
Daarna vervaardigt ze zogenaamde sjablonen: dit zijn uitgeknipte vormen (meestal op groot formaat) die ze gebruikt als beïnkte drukcomponenten om het canvas te bewerken. Als een schild staan ze haar toe om zich helemaal over te geven aan de sensuele lichamelijkheid van het schilderen zonder in contact te komen met het canvas zelf.
Zo gaat ze tijdens het proces heen en weer − van computer naar papier, uitgeknipte sjablonen, canvas en terug; van exotisme tot abstractie, van drukprocedé tot waterverf; van vlak canvas tot 3D-objecten; van licht naar donker, en terug.

In de loop der jaren breidde Emmerich de reikwijdte van haar werk uit, boven de grenzen van media, tijdperken en cultuuridentiteiten. Op subtiele wijze traceert ze de omtreklijnen van figuren, vormen en kleuren die in elkaar op het canvas overlopen zonder elkaar te vervagen.
De verschillende narratieve lagen reflecteren haar zoektocht naar veelvoudige betekenissen en naar ambiguïteit op verschillende interpretatieniveaus. Ze bespeelt de zintuigen en laat figuren en naakten in abstractie vervloeien. Haar heen- en weerbeweging vormt een continuüm dat leemten teniet doet en leegten dicht, als een gebaar dat de ruimte bestrijkt.

De inspiratie voor de werken van haar huidige tentoonstelling putte ze uit beelden van naakten gefotografeerd met een achtergrondverlichting, in tegenlicht – een van de technieken aangewend door 19de-eeuwse oriëntalistische schilders om het exotisme nog op te drijven door de figuren te objectiveren en ze nog scherper en zinnelijker te maken.

Emmerich beschouwt deze belichtingstechniek − in haar voortdurende reflectie over het exotische en het alledaagse − als een mogelijkheid om beide aspecten te confronteren, of misschien zelfs te combineren in haar werk, waar ze belichaamd en samengebracht worden. Ze speelt met licht en schaduw, koude en warme kleuren (zoals in haar “Cold Shoulder series”) en schept een sensuele en dubbelzinnige sfeer, gaande van semi-abstractie tot narratieve composities zoals “Nude reading group”.

Het werk roept een gevoel van vervreemding op. De toeschouwer is tegelijk ontnuchterd en verleid, meegetrokken in de complexe en boeiende architecturen van Emmerichs schilderijen, tekeningen en installaties.

De schilderkunst is een geestelijk iets, “la pittura è cosa mentale”, zei Da Vinci. Inderdaad zijn Emmerichs werken “een zaak van de geest”: ze resulteren uit het hierboven aangehaalde doordacht proces. Maar ze zijn ook buitengewoon fysiek: door hun grootschaligheid alsook door hun creatieproces. Emmerich bedrukt de sjablonen met de hand, beklimt steigers, heft zwaar materiaal en brengt het in positie, maakt heftige gebaren en concentreert zich op intense wijze.

Als gevolg hiervan stralen de werken een van alle sentimentaliteit ontdane innerlijkheid uit,
een zinnelijkheid zonder grofheid. Ze verwijzen naar verhaallijnen zonder expliciet verklarend te zijn. Ze zijn eigenlijk essentieel van aard: ze weerspiegelen de diepe betrokkenheid en innerlijke drijfveren van hun auteur.

Terwijl Emmerich interne en externe territoria doorkruist, materialiseert zich in haar werk een terrein dat tegelijk nieuw en vertrouwd is, dichtbij en op afstand. Misschien vormt haar onophoudelijke en consistente zoektocht naar dit grondgebied een eigen mouvement héroïque.

 

Tania Nasielski